Gert Jan Slotboom (Wageningen, 1957) heeft door de jaren heen een machtig schilderoeuvre opgebouwd. Hij is dan ook een schilderpsychopaat die graag in series werkt. Deze kenmerken zich door verwondering, desolaatheid en eenzaamheid. Geschilderd vanuit het perspectief van een verbaasde buitenstaander. In zijn schilderijen is altijd sprake van een spanning, die tegengestelde adjectieven oproept; onbarmhartige schoonheid, beklemmende behaaglijkheid.


Zijn bruggen en kerkinterieurs zijn overweldigend (ook in omvang), geschilderd vanuit de verwondering van een kind. Een kind dat overdonderd is door de onbevattelijke grootheid van de bouwwerken en structuren; een buitenstaander in de haast mystieke wereld van ‘de grote mensen’. De desolaatheid van de leegstaande kassen, waar de thans in Sneek wonende schilder, als kind in speelde, roepen als schilderij een unheimische melancholie op.


De portrettengalerij van zijn Facebook-project lijkt op het eerste gezicht atypisch binnen zijn oeuvre. Echter ook hierin toont Gert Jan zich een obsessief verzamelaar: maar liefst 112 (een alarmerend aantal) persoonlijke portretten telt dit geschilderd attest tegen de oppervlakkigheid van de contacten via de sociale media. ‘Vrienden’ zijn mensen met karakter, van vlees en bloed, die je kunt aanraken en in de ogen kijken. Ook hier bijt Gert Jan zich vast in zijn thema, en deinst niet terug voor intensieve arbeid. De hoeveelheid werk stoot hem niet af – in tegendeel. Het biedt ruimte voor ontwikkeling, zowel van het thema, als van zijn schildertechnische omgang daarmee.


Zeer sterk zijn de dubbele gevoelens in zijn schilderijenreeks Ecce Homo (zie de mens). De serie toont de mens in zijn (bijna) naakte, onbeschermde kwetsbaarheid. Eenzaam. Pijnlijk. Rauw en zonder opsmuk. In minimaal kleurgebruik en forse penseelstreken, maar tegelijk rijk gedetailleerd. Voor de beschouwer wordt het er niet makkelijker op. De levensgrote portretten zijn soms tergend confronterend. Ze vergen iets van de toeschouwer – die zich een voyeur voelt, beschaamd en onbeschaamd tegelijk. Medemensen waarin we ook onszelf zouden kunnen herkennen. Individu en toch universeel. We worden gewaar wat we werkelijk zijn: tempels van kwetsbaarheid, eenzaamheid en sterfelijkheid. En van een onbarmhartige schoonheid.


Gert Jan Slotboom studeerde in 1983 af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Volgens eigen zeggen heeft hij “daar het meest geleerd van zijn muziekdocent”.


Door Dolf Alberts